We zijn terug na een drie weken lange reis door Nepal. Om het nuttige aan het aangename te koppelen hadden we een trekking uitgestippeld door de “Low Everest Region”. Dit gaf ons de mogelijkheid om eerst enkele dagen te verblijven in het dorpje Angpang. Het is de thuis van onze contactpersoon Balu Magar. Via hem zijn er reeds meerdere Vlamingen in contact gekomen met Nepal. Daardoor is er in Angpang, met steun van Vlaamse fondsen een lagere school (6 klassen en een kleuterklas) gebouwd en een waterleiding gelegd. Tijdens ons verblijf wilden we zicht krijgen op wat reeds gerealiseerd werd en op de dringendste behoeften die er nog zijn.
Het bezoek aan Angpang heeft een diepe indruk nagelaten. Vooral de confrontatie met de vrij armoedige situatie waarin heel wat mensen leven en overleven. Wat ons het meest is bijgebleven is de kou (en dan moet het nog winter worden!), het gebrekkige sanitair en het koken op een houtvuur zonder degelijke schouw, waardoor alle verbrandingsgassen zo maar in de kamer rondhangen… Niettegenstaande deze omstandigheden, was de familie Magar steeds behulpzaam en zeer gastvrij. Soms zelfs zo verregaand, dat we er ons “onbehaaglijk” bij voelden. De ontvangst op het schooltje was daar een mooie illustratie van. De kinderen werden opgeroepen (het was die week vakantie) om ons te verwelkomen met bloemenkransen en sjaaltjes om ons zo hun dankbaarheid te tonen. Allemaal goed bedoeld, uiteraard, maar het gaf ons een onwennig gevoel, alsof we als “weldoeners” werden aanzien.
Nadien hebben we een poging gedaan om een diepgaander gesprek te hebben met de leerkrachten en het schoolhoofd. De communicatie kwam echter zeer moeilijk op gang. Enerzijds lag dat aan de onderdanige houding van de Nepali, zeker de vrouwen (en de leerkrachten zijn op één na allemaal vrouwen). Anderzijds was er ook de gebrekkige kennis van het Engels. Daarbij beheerste onze plaatselijke gids (Raju, broer van Balu) het Engels onvoldoende om te tolken. Ondanks deze hindernissen, werd het voor ons snel duidelijk dat er nog een enorme behoefte is aan vorming van de leerkrachten, aan schoolboeken en aan elementair materiaal om les te geven. Het zijn allemaal elementen die ertoe bijdragen dat het onderwijs in dit schooltje (net als in vele Nepalese scholen) zich vooral richt op cognitieve overdracht. Anders gezegd: de kinderen leren vooral dingen uit het hoofd die ze nadien klakkeloos reproduceren. Ze herhalen bijvoorbeeld tot vervelens toe de Engelse telwoorden en zeggen zinnetjes na die hen worden voorgezegd. Tot op zekere hoogte kan dit zijn waarde hebben, maar echte taalverwerving vereist ook andere leermethodieken.
We hebben ook het tracé verkend van de waterleiding die vorig jaar werd aangelegd. Deze is volledig geplaatst, maar moet hier en daar nog verder worden ingegraven. Een 40-tal huizen (ongeveer de helft van Anpang) hebben nu alvast proper en voldoende water. De andere helft van het dorp ligt op de tegenoverliggende heuvel. Om hen ook van water te voorzien zal er aanvoer van de andere kant van de vallei nodig zijn.
De bereikbaarheid van Angpang is een ander opvallend gegeven. Om het dichtstbijzijnde dorp te bereiken waar winkels zijn, moet je 4 uur stappen. Om de stad Jiri te bereiken, waar een autobus naar Kathmandu vertrekt, moet je rekenen op drie dagen stappen. Je kan dus wel zeggen dat Anpang vrij geïsoleerd is.
De drie dagen in Anpang zijn heel intens geweest. De Magars hebben ons getoond hoe je ook gelukkig kan zijn zonder luxe en welvaart. Je weet bij aankomst wel dat het “back to basic” zal zijn. Maar weten is één ding, het aan den lijve ondervinden nog iets anders. In ieder geval: een gemeende “dhanyabhad” (= Nepali voor “dank u”, maar dat kon je wel raden) voor de familie Magar!
Theme by Danetsoft and Danang Probo Sayekti inspired by Maksimer